Onze zaaigids 2012-2013 is beschikbaar vanaf november...
Vraag uw exemplaar aan!


Doorblader hier onze gids 2013 digitaal!
Onze gids
in uw bus?

Terug
Detailfiche Solanum tuberosum
of
Botanische naamSolanum tuberosum
Nederlandse naamAardappel
FamilieSolanaceae (Nachtschadefamilie)
AlgemeenDe aardappel (Solanum tuberosum) is een plant die ondergronds een energievoorraad in de vorm van zetmeel aanlegt. Het zetmeel wordt bewaard in de vorm van knollen, die eveneens aardappelen of aardappels worden genoemd. De knollen worden gevormd aan ondergrondse stengels, stolonen genoemd. In veel Europese en westerse landen is de aardappel een basisvoedingsmiddel. Net als rijst, pasta en brood is de aardappel een belangrijke bron van koolhydraten. De aardappel behoort tot de nachtschadefamilie, net als de tomaat, de paprika en de tabak. De groene delen van de aardappel zijn dus giftig. Net als andere leden van de nachtschadefamilie bevat de plant alkaloïden. Aardappelplanten kunnen naast knollen ook bessen vormen, welke in tegenstelling tot die van de tomaat zeer giftig zijn. Tussen de verschillende aardappelrassen zijn er grote verschillen in de vorming van bessen. Daarnaast kunnen de knollen ook giftig zijn door een hoog gehalte aan solanine. Daardoor zijn zetmeelaardappels van bepaalde rassen niet geschikt voor menselijke consumptie. Ook als aardappelen tijdens het bewaren worden blootgesteld aan licht stijgt het gehalte aan solanine. De knollen worden groen en zijn daarna ongeschikt om te eten.
In de aardappel komen twee typen zetmeel voor, amylose en amylopectine, waarvan 21% amylose. In 2005 is voor het eerst een ras in de handel gekomen dat bijna 100% amylopectine bevat.
Een ander onderscheid is er tussen rassen met vastkokende aardappels (vastkokers), die bij het koken hun stevigheid behouden, en rassen met kruimige of bloemige aardappels (droogkokers) en daardoor het meest geschikt om te pureren ; aardappelen die die bij langer koken helemaal uit elkaar vallen zijn afkokers. Om dit te voorkomen: aardappelen niet helemaal onder water, rustig koken tot ze bijna gaar zijn, afgieten en dan met het deksel op de pan van het vuur af laten staan tot ze gaar zijn (stomen).
GeschiedenisAardappelen vinden hun oorsprong in Zuid-Amerika. Voor de Inca’s vormden aardappelen samen met maïs en bonen het basisvoedsel. In het midden van de 16de eeuw overspoelden Spaanse veroveraars het huidige Peru en Chili op zoek naar goud en zilver. Daarbij stuitten ze ook op de aardappel en brachten deze mee naar Europa. Vanuit het zuiden van Europa maakte de aardappel vervolgens langzaam maar zeker opmars naar het noorden en raakte uiteindelijk in heel Europa bekend. Waarschijnlijk nam Diego de Amalya de eerste plant in 1536 mee uit Peru of Chili, waar deze aardappel bekend stond als chunu. De aardappelplant groeide ook op grote hoogten in de Andes, waar veel andere planten niet meer kunnen groeien. Op basis van DNA-onderzoek is aangetoond dat alle aardappels afstammen van één plant uit zuid-Peru.

Monniken waren verantwoordelijk voor de verspreiding van de aardappel vanuit Spanje naar de andere Europese landen. Zij pootten de plant in hun kloostertuinen. Ook in botanische tuinen vond de aardappelplant zijn weg. Als winterharde en gemakkelijk te verbouwen plant bleek de aardappel een welkom wapen in de strijd tegen grote hongersnoden die het Europese continent in de 16de eeuw en later teisterden. De explosief groeiende bevolking kon dankzij de aardappel toch gevoed worden.

Carolus Clusius plantte in 1588 in Mechelen voor het eerst aardappelen in de tuin van van Pitsemburg. In 1601 schreef hij over de voortplanting van de aardappel door zaad. Men ontdekte dat uit zaad van een paarsbloeiende plant ook witbloeiende planten opgroeiden. Er zijn in Europa door selectie dus waarschijnlijk al vroeg verschillende rassen ontstaan. In Nederland kruiste Petrus Hondius (geboren in 1578 te Vlissingen en overleden in augustus 1621 te Terneuzen) aardappelen met elkaar. Door virus-infecties gingen de rassen echter snel achteruit en werd regelmatig teruggegrepen op zaad.

Omdat de aardappel eenvoudig te verbouwen was en bovendien goedkoop, werd de knol aanvankelijk vooral door de arme bevolking gegeten. Geleidelijk aan raakte de aardappel echter algemeen ingeburgerd in de dagelijkse voeding ter vervanging van brood en andere granen.

Een apotheker, Antoine Augustin Parmentier (1737 – 1813) heeft hierin een belangrijke rol gespeeld. Als krijgsgevangene in het Pruisische leger had hij de aardappel leren waarderen. Hij slaagde erin een groot banket te organiseren aan het Franse hof van Louis XVI te Versailles waarin volgens de verhalen twintig gerechten op basis van aardappelen werden opgediend. De aardappel werd door de notabelen gesmaakt en veroverde zo spoedig het hele land. Parmentier schreef diverse boeken en pamfletten over aardappelen en kon er ook volop mee experimenteren op een door de koning beschikbaar gesteld land dichtbij Parijs. Als eerbewijs aan Parmentier dragen verschillende aardappelbereidingen nog steeds zijn naam.

In de eerste helft van de 19de eeuw brak de aardappelziekte uit in Ierland. Het was toen nog niet bekend dat men aardappelen niet steeds op dezelfde plaats mag telen. De gevolgen van de aardappelziekte waren zo dramatisch dat honderdduizenden Ieren de hongernood stierven en miljoenen mensen besloten te emigreren naar Amerika om daar een nieuw bestaan op te bouwen.

De friet bestaat al sinds 1680. In die tijd aten voornamelijk de arme inwoners van Namen, Andenne en Dinant kleine visjes die ze frituurden om beter te smaken. Maar als het water bevroor en het te gevaarlijk werd om te vissen, sneden ze aardappelen in de vorm van visjes die ze op hun beurt frituurden. De friet was geboren.

In het begin van de 20ste eeuw woonde er in het Friese dorpje Suameer een onderwijzer die bezeten was van aardappelen. Hij besteedde al zijn vrije tijd aan het kruisen van bekende rassen en kweekte zo nieuwe variëteiten, die de naam kregen van zijn 9 kinderen. Toen hij een 10de nieuw aardappelras kweekte, noemde hij het naar een meisje uit zijn klas, Bintje Jansma. Net die aardappel werd wereldberoemd. De boeren wilden aanvankelijk niets van de plant weten. Omdat de stengels en bessen giftig zijn, dachten ze dat de knollen ook ongezond zouden zijn. Pas in 1727 werd de aardappel, voor het eerst in Friesland, als voedsel erkend. Langzamerhand kreeg de aardappel toch steeds meer de rol van volksvoedsel en in de 18e eeuw werd de aardappel in alle Europese landen verbouwd. Vanwege het hoge gehalte aan vitamine C werd de knol, met name tijdens lange zeereizen, ook gebruikt ter voorkoming van scheurbuik.

De chips ontstonden in 1853 in de Amerikaanse stad Saratoga. Op een dag bestelde meneer Vanderbilt, de scheeps- en spoorwegindustriemagnaat, een stuk vlees met frietjes. Omdat hij ze te dik vond, stuurde hij ze terug naar de keuken. De eigenaar liet zich niet van zijn stuk brengen en wou Vanderbilt een lesje leren. Hij sneed de aardappelen in flinterdunne schijfjes en dompelde ze in kokende olie. De kelner schotelde de ‘potato chips’ voor en Vanderbilt vond ze, verrassend genoeg, heerlijk.
StandplaatsAardappelen groeien graag in diep omgespitte vruchtbare grond op een zonnige plaats. Ze verlangen een neutrale tot licht zure grond van 5 - 6 Ph. Geef regelmatig voldoende water en houd onkruidvrij (vooral in het beginstadium)
KweekAardappelen worden opgekweekt uit kleine knolletjes van het jaar voordien, poters genoemd. Laat de poters zo’n zes weken voor het planten voorkiemen. Dit doe je best door één laag poters in lattenkistjes te leggen bij ± 7° C, tot ze scheuten van ongeveer 2,5 cm hebben gevormd. Wil je grote aardappelen, laat dan bij het planten niet meer dan 3 à 4 scheuten per poter hangen. Meng een dag of tien voor het planten 100 gram per vierkante meter gemengde korrelmest in de bovenlaag van het perceel.

Wil je extra vroeg aardappelen oogsten bv. in juni, Laat je planters dan reeds begin januari uitlopen. Dat doe je door ze op een temperatuur van 15 à 20° C te zetten. Als de kopscheut uitkomt moet je hem onmiddellijk verwijderen, om het uitlopen van alle andere ogen te bevorderen. Verlaag nadien de temperatuur en nog later moet je de poters afharden om te laten wennen aan de koudere buitentemperatuur.
Vanaf eind maart / begin juni kan je dan uitplanten, in voren van 15 cm diep en op een onderlinge afstand van 35 cm in de rij en in rijen die 75 cm van elkaar liggen. Zolang er kans bestaat op (nacht)vorst mogen de stengels niet boven de grond komen. Je zult dus tijdig moeten aanaarden tot ongeveer 25 cm hoog.

Plant voor vroege aardappelen vanaf april (en voor latere tussen 15 mei en 15 juni) in sleuven van 5 à 15 cm diep op 40-45 cm van elkaar in rijen met tussenruimte van 75 cm. Bedek de poters met minsten 2,5 cm aarde. Naar gelang ze groeien moet je dan de planten geleidelijk aanaarden tot een hoogte van ongeveer 20 - 30 cm, door de aarde tussen de rijen naar de plant toe te trekken.

In principe kan je 100 dagen na het planten beginnen met oogsten. De te rooien knollen bevinden zich in de rug van de opgehoogde aarde. Gebruik hiervoor een platte riek, draag er zorg voor dat je bij het rooien de knollen niet beschadigt want beschadigde aardappelen gaan vlug rotten. Andere manieren om aardappelen te planten: in geulen van 10 tot 15 cm diep, in aparte plantgaten, half in de grond en dan bedekken met aarde (bijzonder geschikt voor natte gronden), half in de grond en afgedekt met zwart plastiek folie. Boven elke planter maak je dan een insnijding in de folie zodat de scheuten er doorheen kunnen groeien. Zorg ervoor dat de folie aan de zijkanten goed is vastgemaakt. Bij deze methode hoef je niet aan te aarden.
OverigeLaat nooit aardappelen in het water liggen, was ze juist voor het koken. Schil, was en snij de aardappelen net voor het koken, en doe dat in een kleine hoeveelheid water. Aardappelen in de schil verliezen minder vitaminen, mineralen en smaak. Je moet ze wel grondig afborstelen onder stromend water, om al de restjes aarde te verwijderen. Je kan de smaak van aardappelen verbeteren, door ze te koken in bouillon met een laurierblaadje. Gebruik het kookvocht van aardappelen niet in andere bereidingen, want het bevat nogal wat solanine. Gebruik maximaal 1 maal per week gefrituurde aardappelen.

Bewaar aardappelen in een koele maar vorstvrije, donkere en droge plaats. Bij te lang of te warm bewaren, gaan de aardappelen uitlopen, waardoor ze taai worden en veel vitaminen verliezen. Bewaar aardappelen niet in een gesloten plastiek zak. Een zak met gaatjes, een mand of een net is beter geschikt. Verwijder regelmatig rottende aardappels. Gooi niet te veel met uw aardappelen anders krijgen ze blauwe plekken, die bruin worden bij het koken (daarom niet slecht zijn). Bewaar nooit uw aardappelen in de frigo.

Aardappelen zijn zeer rijk aan koolhydraten, kalium en magnesium, ze bevatten ook vitamine B en C. Het sap of kookwater van aardappelen schijnt te helpen bij jicht, spit, reuma, verstuikingen en blauwe plekken.

Ongelofelijk maar waar: we hebben de herfstvakantie te danken aan de aardappel. Hoe dat komt? Vroeger rooide men de aardappelen met de hand. Om de oogst tijdig uit de grond te halen werd het hele gezin ingeschakeld. Veel kinderen verzuimden school in die periode. Daarom werd een vakantie ingelast: de herfstvakantie.
In ons assortiment ... Art. 0953 - AARDAPPELPOOTGOED - AGRIA - Klasse A 28/35 - per kg [€ 2,25]
Art. 0954 - AARDAPPELPOOTGOED - AKTIVA - Klasse A 28/35 - per kg [€ 2,25]
Art. 0962 - AARDAPPELPOOTGOED - ALEGRIA - Klasse A 25/35 - per kg [€ 2,25]
Art. 0958 - AARDAPPELPOOTGOED - BORWINA - Klasse A 25-35 - per kg [€ 2,25]
Art. 0952 - AARDAPPELPOOTGOED - CASABLANCA - Klasse A 25/35 - per kg [€ 2,25]
Art. 0956 - AARDAPPELPOOTGOED - CHARLOTTE - Klasse A 25-35 - per kg [€ 2,25]
Art. 0963 - AARDAPPELPOOTGOED - CORRIDA - Klasse A 25-35 - per kg [€ 2,25]
Art. 0951 - AARDAPPELPOOTGOED - FRESCO - Klasse A 28-35 - per kg [€ 2,25]
Art. 0955 - AARDAPPELPOOTGOED - LADY CHRISTL - Klasse A 28-35 - per kg [€ 2,25]
Art. 0960 - AARDAPPELPOOTGOED - MIRANDA - Klasse A 28/35 - per kg [€ 2,25]
Art. 0966 - AARDAPPELPOOTGOED - PINK FIR APPLE - CORNE DE GATTE - Klasse A 25-35 - per kg [€ 3,30]
Art. 0967 - AARDAPPELPOOTGOED - RATTE - Klasse A 32-35 - per kg [€ 3,30]
Art. 0965 - AARDAPPELPOOTGOED - VITELOTTE (Truffelaardappel) - Klasse A 32/35 - per kg [€ 7,50]